
Valentijnprijs Schrijfwedstrijd 2024, thema ‘Ik vertrek’
Tussen haven en hart
Is het gras altijd groener aan de overkant? Of maakt liefde – of beter, een gebrek hieraan – toch blind?
1
Here we go. Het moment waar ik al wekenlang tegen opzie.
Het is vrijdagavond iets voor tienen en ik leun verslagen over de leuning van het balkon. Vanaf daar kijk ik uit op de dansvloer. De dansvloer waar menig collega van ons hotel, het leukste familiebedrijf in de regio – zo mag ik al vier jaar ervaren – inmiddels uitbundig op beweegt. Zo ook Esmee. De rossige receptioniste met wie ik nu drie jaar samenwerk, maar die sinds een paar weken niet meer uit mijn gedachten te slaan is. En die dus ook lekker losgaat vanavond. Losgaat op Bing, welteverstaan. Onze filiaalmanager, die een half jaar geleden werd ingevlogen om onze locatie naar een hoger plan te tillen.
Hij vloog rechtstreeks Esmees hart in.
Ik kan het niet aanzien, en toch blijf ik kijken. Mezelf pijnigen, met beelden van een behoorlijk beschonken Esmee wiens goedgevormde billen inmiddels al een minuut of tien in de stevige filiaalmanagersgreep van Bing rusten. Af en toe trekt ze zich los van hem om een slok van haar baco – haar lievelingsdrankje, weet ik – te nemen. Om vervolgens weer Bings huig aan een grondige inspectie te onderwerpen.
Hun opzichtige vrijpartij lijkt niemand te deren. Behalve mij.
‘Hé, man, gaat het?’
Ik schrik van de warme hand op mijn schouder en laat spontaan mijn bitterlemon op de grond kletteren. ‘Kutzooi, sorry,’ bied ik direct mijn excuses aan Paul, een van onze vaste koks, aan. Zo groot en breed als Rico Verhoeven, maar de goedaardigste vent op aarde. Paul kent iedereens verjaardag uit zijn hoofd. ‘Ik, eh, was even in gedachten verzonken.’
‘Dat was te zien. Laat maar, kerel, ik fiks het wel.’
Paul loopt naar de dichte bar verderop en komt vervolgens terug met een stoffer en blik. Als het glaswerk veilig en wel is weggewerkt, nemen we plaats aan een van de ronde tafeltjes op de verder uitgestorven eerste etage. Wat doe ik hier eigenlijk nog?
‘What’s up?’ vraagt Paul dan bezorgd.
Ik zucht. ‘Ik weet het niet,’ stel ik de beslissing of ik hem het hele verhaal vertel of beter eerst zelf mijn gedachten kan ordenen nog even uit. ‘Dit is gewoon niet mijn dag.’
‘Ook dat was duidelijk,’ grinnikt Paul, terwijl hij speels een bierviltje mijn richting uit gooit. ‘Je was vrij belabberd met die ballen, zelfs Vero won het van je!’
Ik denk terug aan het moment eerder vanavond op de bowlingbaan. Het moment dat dwars door mijn ziel sneed toen ik Esmee – op dat punt al flink aangeschoten – een hap van Bings bitterbal zag nemen. Al was het niet de bitterbal, maar het spanningsveld dat zich tussen de twee voltrok waar de stoom overduidelijk van afstoof. Tuurlijk, ze vindt hem leuk, dat weet ik. Sinds een half jaar gaat het nergens anders over. Bing voor, Bing na, zelfs Bing onder, als het aan Esmee ligt. Althans, ze noemt haar crush nooit bij naam, altijd ‘Mister X’, maar heb je gezien hoe die gladjakker naar haar kijkt? De gesproete schone gooit alles op tafel tijdens onze lunchgesprekken. Ze bombardeerde me onlangs tot wingman. Want ik heb al elf jaar een relatie en kan haar dus perfect van liefdesadvies voorzien. Denkt zij. In werkelijkheid sta ik al een paar weken op het punt mijn relatie met Rifka te verbreken. Omdat ik hopeloos verliefd ben op een ander.
‘Ik ben verliefd, Paul,’ flap ik er dan uit. ‘Hopeloos verliefd. Op Esmee.’
Mijn collega verslikt zich nog net niet in zijn biertje. ‘Wacht, Esmee-Esmee?’ Op dat moment raakt Paul afgeleid en wijst hij naar beneden. ‘Esmee die nu met Bing de zaal uit waggelt?’
‘Wacht, wat?’ Ik draai me abrupt om en zie nog net de twee tortelduiven uit het zicht verdwijnen.
‘Ga ervoor maat,’ spreekt Paul me dan bemoedigend toe, als hij de vurige blik in mijn ogen spot. Hij heeft gelijk. Tijd om mijn bitterballen bij elkaar te grijpen, en mijn vanavond verpulverde hart open te stellen – met alle risico van dien. No guts, no glory.
Hopelijk is het nog niet te laat.
2
Gisterenavond leek het me bij nader inzien niet het juiste moment om Esmee de waarheid te vertellen. Mijn hoofd is nog een complete puinhoop. Ja, tuurlijk, het valt me steeds vaker op hoe leuk ze eruitziet, voor we onszelf in ons receptionistenpak hijsen. Dat die kokerrok haar toch net wat beter staat dan Veronica en Mae. En toegegeven, ik verveel me al het schompes als ze alleen maar naar de wc gaat. Rifka vindt het gestoord hoe vaak ik het over mijn collega heb. Op mijn beurt verweet ik haar vooralsnog dat ze gewoon jaloers is.
Tot ik gisterenavond mezelf tegenkwam. Ik ben stikjaloers op Bing.
Zodra Rifka in haar badjas de trap af loopt, zie ik mijn kans schoon. Ik knip mijn nachtlampje aan, ontgrendel mijn telefoon – note to self: gezamenlijke pincode aanpassen – en open mijn WhatsApp.
Es, we moeten praten. Vandaag tijd voor een bakkie?
Ze is online en al snel zie ik twee blauwe vinkjes verschijnen. Toch duurt het nog een minuut of zeven voor ze antwoordt.
Hé, Kas! Zit al op de boot naar tante Mery, bel je anders einde dag wel even!
Crap. Dat is waar ook. Vandaag zou mijn collega weer naar Texel gaan, zoals de laatste weken nagenoeg elk weekend. Haar oudtante verloor pas haar man en dus kan die wel wat extra liefde gebruiken volgens Esmee. Maar hoewel ik haar die quality time met haar familie gun, kan ik niet anders dan in een niet-werkomgeving uitzoeken hoe het nu écht tussen ons zit.
En rap ook.
‘Waar ga jij naartoe?’ Rifka zit aan haar administratie aan de keukentafel. Eén wenkbrauw schiet omhoog zodra ze me de woonkamer in ziet stappen met mijn jas al in mijn hand.
‘Ik vertrek. Naar Texel,’ antwoord ik koeltjes, terwijl ik mezelf in mijn gympen hijs.
‘Pardon?’ Rifka plant haar computerbril in haar haar en kijkt me verontwaardigd aan. Haar lange bruine lokken hangen sluik langs haar gezicht. Voorheen zette ze er nog weleens krullen in.
‘Rustig maar, niet voorgoed. Last minute ingelaste heidag van werk.’
‘En hoe kom ik bij mijn moeder?’
‘Pak mijn scooter maar.’ Ik graai in mijn jaszak en gooi haar de sleutels toe. ‘We worden allemaal verwacht, anders kunnen we naar onze eindejaarsbonus fluiten.’
Haar gezichtsuitdrukking verzacht. Bingo. Rifka houdt van dure spullen en dus weet ik na een ruim decennium precies hoe ik haar kan inpakken. Zolang ik maar wat leuks voor háár inpak aan het eind van het jaar.
‘Oké. Succes daar,’ zegt ze dan terwijl ze zich weer op haar laptop richt. Geen kus, niks. Het doet me weinig.
‘Thanks, tot vanavond,’ mompel ik en ik trek de deur net iets te hard achter me dicht.
3
Zodra ik op de boot heb geparkeerd en boven een koffie haal, zijn de zenuwen in mijn lijf ontembaar. Even dacht ik net Bing van achteren te herkennen, maar het bleek toch een andere eilandganger. Met een macchiato in mijn hand loop ik het dek op, waar ik de zilte zeelucht opsnuif. Plots doemt een agressieve zwerm meeuwen voor mijn neus op. Ik deins achteruit en voorkom ternauwernood dat ik koffie over mijn broek mors. Dan dwing ik mezelf eens diep adem te halen. Gast, wat is er toch met je aan de hand?
Mijn gedachten dwalen af naar Rif. Mijn high school lover, ik was direct verkocht toen ze naast me kwam zitten bij biologie. Lang, slank en vooral onbereikbaar, dacht ik, maar ze bleek op nerds te vallen. We kochten een huis, een stationwagen en een kat – voor een labrador zijn we allebei te druk – en de volwassenenbingokaart was vol. Toch voelt het de laatste tijd alsof ik samenwoon met mijn zus. En daarvan heb ik er al twee.
Eenmaal met mijn auto van de boot, koers ik recht op mijn doel af. Esmee liet me eerder een foto zien van de vrijstaande arbeiderswoning van haar oudtante, die in De Cocksdorp woont. Terwijl uitgestrekte groene en gele velden langs me heen trekken, neurie ik nerveus met Douwe Bob mee. In het dorp aangekomen heb ik al snel beet na twee locals een foto van Mery’s huis te hebben getoond.
‘Tygo! Wat ben je vroeg, jongen.’ De nog kwiek ogende tachtiger doet direct een stap naar achteren om me binnen te laten.
Tygo?
‘Ehm,’ stamel ik, terwijl ik beleefd mijn hand naar de vrouw uitsteek, ‘mijn naam is Kasper, mevrouw. Ik kom voor Esmee. Is, eh, ze toevallig aanwezig?’
Plots bewust van haar misvatting legt Mery haar keurig gemanicuurde hand op haar wang. ‘Gut, nu zie ik het. Ik verwacht mijn tuinman.’ Dan werpt ze een bedenkelijke blik op de koekoeksklok achter haar. ‘Esmee zou hier tegen één uur zijn. Kom anders even binnen, ik haal net de appeltaart uit de oven!’
Eén uur? En ze zat vanmorgen vroeg al op de boot? Vreemd.
Ik bedank Mery vriendelijk voor haar aanbod en stap de auto weer in. Beduusd staar ik voor me uit, tot de schrik me om het hart slaat. Bing zal toch niet ook…? Ik word al zeeziek bij de gedachte.
Ik besluit ter afleiding ergens een ontbijtje te scoren en op een plan B te broeden – maar zover komt het niet. Zodra ik het eerste de beste eettentje in stap, zie ik haar. En hem. Aan een tafel achterin de zaak. Maar het is niet Bing met wie Esmee aan de koffie zit, maar een andere gast, die me niet direct bekend voorkomt.
Het duurt niet lang voor mijn collega ook mij in het vizier krijgt. ‘Hè? Wat doe jij hier?’ vertaalt de lipleesgoeroe in mij haar reactie. Met de vraagtekens nog in haar ogen excuseert ze zich en loopt ze me tegemoet.
Ik sta intussen nog compleet van slag aan de grond genageld bij de ingang. Een man botst van achteren geïrriteerd tegen me aan als hij erlangs wil.
‘Hé, ja, ik eh…,’ stamel ik als ze bij me is. Maar ik kan mijn zin nog niet afmaken of Esmee trekt me al naar buiten, onderweg gebarend naar haar gesprekspartner dat ze zo terug is. We nemen buiten plaats op twee rieten terrasstoelen.
‘Kas, wat doe je hier?’ herhaalt Esmee. Ze ziet er moe uit. Niet gek voor iemand met ongetwijfeld een megakater.
Ik haal nerveus een hand door mijn dikke, zwartbruine out-of-bed-coupe. Dan neem ik een hap lucht. De dood of de gladiolen.
‘Ik ben verliefd, Es. Op jou.’
Esmees grote koraalgroene ogen staan direct strak. Bijna hypnotiserend. Ze schudt haar hoofd. ‘Wacht, wat?’ brengt ze dan schor uit.
‘Ik kon het niet aan, Es, gisteren,’ vervolg ik. ‘Jou helemaal op zien gaan in Bing. Of “Mister X”, geef het beestje een naam. Luister,’ – ik pak haar slanke handen beet en fluister bijna: ‘Mijn gevoel voor Rif is niks meer waard. Mijn hart ligt bij jou.’
‘Ho, stop,’ trekt Esmee de pleister er vrijwel direct af, terwijl ze haar handen snel lostrekt uit mijn greep. ‘Dacht jij al die tijd dat ik het over Bing had?’
‘Eh, ja, tuurlijk. Die casanova hangt elke vrije minuut om je heen! Wie zou anders…’
‘Kas,’ onderbreekt ze me. Ze wijst opzij, naar de ingang van de eettent. ‘Mister X zit daarbinnen.’
4
De wereld stopt abrupt met draaien. Ik voel me Bambi op glad ijs. Op zoek naar enig houvast.
‘Hè? Hoe bedoel je? Je hebt gisteren nog met Bing…!’
Beschaamd grijpt Esmee naar haar nek. ‘Eh, ja, dat was een foutje.’
‘Zeg maar gerust een grove fout,’ wordt onze een-op-een dan plots onderbroken door een rauwe mannenstem. Ik was zo gefocust op mijn collega dat ik haar koffiedate niet naar buiten heb zien lopen.
‘Kas, mag ik je voorstellen aan Tygo?’
Krijg nou wat. De tuinman!
‘Hé, Kasper, aangenaam,’ pak ik zijn uitgestoken hand zo nonchalant mogelijk aan. Zo van dichtbij heeft Tygo best wat van mij weg, al zeg ik het zelf. Afgezien van zijn knotje, dan.
‘Kas is mijn collega,’ voert Esmee voor mij het woord. ‘En inmiddels een goede vriend, mag ik wel zeggen!’
Vriend, au. Hallo friendzone.
‘Leuk je te ontmoeten, man.’ Tygo lijkt oprecht. ‘Ik laat jullie wel even, kom je dan zo weer naar binnen, Es? Je koffie wordt koud.’
‘Ja, ik kom eraan.’
‘Mooi.’ Tygo plant nog een kus op Esmees voorhoofd en loopt dan weer het café in.
Mijn macchiato zoekt zijn weg terug naar boven. Bwugh. Mag ik alsjeblieft onder de grond verdwijnen?
‘Tygo doet bij tante Mery de tuin en nog wat andere klusjes,’ legt ze dan uit, glunderend als een puber. ‘Het was een half jaar geleden liefde op het eerste gezicht toen hij een avondje mee at.’
Precies op het moment dat Bing werd aangenomen, dus. Dat verklaart een hoop.
‘Kas, geloof mij, ik heb echt nog nooit zo iemand getroffen!’ Ze pauzeert even en plukt dan beschaamd aan een velletje van haar nagelriem. ‘Vannacht kon ik nauwelijks slapen, zoals je begrijpt. Die lul van een Bing heeft me er gewoon ingeluisd. Hij bleef maar baco’s voor me halen! Daarom pakte ik vanmorgen een boot eerder. Ik had wat goed te maken.’
‘Snap ik,’ is het enige wat eruit komt. Mijn strot voelt gortdroog.
Dan is het Esmees beurt mijn handen vast te grijpen. ‘Maar hé, ik vind het megadapper dat je hier helemaal naartoe bent gekomen om me de liefde te verklaren, echt waar!’
‘Thanks.’
‘Maar één advies,’ Esmee buigt zich naar me toe. Ik moet behoorlijk mijn best doen me niet te laten afleiden door het tussen haar borsten ontstane spleetje. ‘Vertel Rif de waarheid. Want eerlijk? Ik denk dat je vooral klaar bent haar los te laten, en je warme gevoelens voor mij daarbij hebt aangegrepen als “excuus” zo’n grote beslissing na elf jaar naar jezelf te verantwoorden. Of niet?’
‘Stof tot nadenken,’ verzucht ik.
Vanachter het raam van het café zie ik Tygo intussen ongeduldige bewegingen maken. Ik kan niet anders dan de handdoek in de boksring gooien en deze prille liefde alle ruimte geven.
***
Ze heeft gelijk, denk ik als ik eenmaal terug op de boot het eiland achter me laat. Het eiland dat me weinig geluk bracht, maar wel een waardevol inzicht: het gras is inderdaad groener aan de overkant van het Marsdiep. Ja, Esmee is nog steeds vanbinnen en vanbuiten een woest aantrekkelijke vrouw. Maar de kern van mijn gevoel ligt bij Rifka: de koek is op. En daarmee valt officieel het doek voor ‘Rif-Kas’.
Tegen half acht sluit ik die avond – weer net iets te hard – de deur van onze rijtjeswoning achter me. Rifka komt net de trap af, met een mand vol bonte was onder haar ene arm geklemd. ‘Hèhè, ik dacht al dat je niet meer zou komen. Wil je thee?’
Zonder op mijn antwoord te wachten wil ze me passeren, als ik haar aan haar vrije arm terugtrek. ‘Rif, ik vertrek.’
Voor de tweede keer vandaag werpt ze me een verbaasde blik toe. ‘Maar je komt net aan?’
‘En toch vertrek ik. En dit keer wel voorgoed.’
(Let op: afwijkende opmaak door WordPress-falen.
Techniek is zeg maar niet zo mijn ding.)
Meer feelgood Wendy de Liefde?
Mijn uitgebrachte boeken vind je hier.
Stuur me een berichtje!
wenschrijft@gmail.com